Op Hemelvaartsdag 13 mei 1926 boekte Feijenoord zijn eerste succes in de kampioenscompetitie met een 2-3-zege bij Stormvogels in IJmuiden. Feijenoord speelde in de opstelling van de tweede helft tegen MVV en begon tegen de vrij sterke wind in, waardoor de verdediging het zwaar kreeg; Stormvogels leidde bij rust slechts met 2-1. Het Rotterdamse doelpunt in die helft kwam uit keurig samenspel tussen Koonings en Kees Pijl, die zigzaggend door de IJmuidense achterhoede ging en scoorde voordat doelman Thijssen tot bezinning kwam. In de eerste minuut na rust maakte Pijl op dezelfde sublieme wijze 2-2. Daarna gaf de verdediging van Stormvogels, met een magnifieke Thijssen, geen kans meer, tot vlak voor het einde Jan Petterson een pass van Verbeek doorspeelde naar Borremans, die in moeilijke positie het beslissende doelpunt maakte. Van Heel verbaasde in de middenlinie met zijn fijne tactische spel.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 14 mei 1926 (Delpher).

