Na een kampioenscompetitie vol rare en tegenstrijdige uitslagen kon Feyenoord op 13 mei 1928 thuis tegen NOAD uit Tilburg het landskampioenschap beslissen. Scheidsrechter Mutters floot het begin, en Feyenoord was direct in de meerderheid. NOAD kwam soms onstuimig opzetten, maar de buitenspelval bracht telkens redding.
Na tien minuten gingen Koonings en Pijl er ouderwets vandoor, en Koonings speelde de vrijstaande Barendregt aan, die zonder aarzelen onbereikbaar voor doelman Van Tilburg in de linkerhoek schoot (1-0). Even later volgde hetzelfde spelletje: uit een voorzet van de goed spelende Verbeek schoot Koonings fraai raak (2-0). Beide doelpunten kwamen voort uit grove fouten van de NOAD-achterhoede. Van Heel kreeg herhaaldelijk applaus voor zijn spel.
Daarna nam Feyenoord het wat kalmer op. Na rust zakte het niveau flink. NOAD kreeg nog veel kansen, maar de aanvallers werkten slecht af, doelman Dekker was goed op dreef en een paar keer redde de paal. Voor een beslissende kampioenswedstrijd was het volgens de kranten een matige vertoning, maar dat deerde niemand: Feyenoord was voor de tweede keer kampioen van Nederland.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Tilburgsche Courant, het Nieuwsblad van het Zuiden en de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant van 14 mei 1928 (Delpher).
