Drie dagen na de 1-1 kwamen Feijenoord en PSV in het Feijenoord-stadion opnieuw tegenover elkaar, nu voor zo'n 58.000 toeschouwers. Voor trainer Ben Peeters was het de laatste wedstrijd voordat Ernst Happel het overnam, en zijn ploeg bezorgde hem een afscheid in stijl. Van Hanegem was hersteld en keerde terug; Eddy Treijtel stond in plaats van de geblesseerde Pieters Graafland onder de lat.
Feijenoord zette het vermoeide PSV, dat binnen tien dagen zijn vierde zware duel speelde, vanaf de eerste minuut onder druk. Wim Jansen voedde de aanval met de ene na de andere pass en Moulijn tolde langs zijn bewaker Van den Dungen. Blatter redde op de doellijn een inzet van Kindvall, een schot van Kindvall belandde op de paal en ook Wery trof de paal. PSV kwam er één keer gevaarlijk uit, maar Treijtel plukte de bal van de schoenen van Schmidt Hansen.
Direct na rust viel de bevrijdende treffer: Haak dreef de bal op naar het doel, de PSV-verdediging verwachtte een schot, maar hij legde breed op Wim van Hanegem, die keihard raak schoot (1-0). PSV probeerde nog terug te komen, maar zes minuten voor tijd besliste Henk Wery de finale met de 2-0.
Daarmee had Feijenoord de dubbel van landstitel en KNVB-beker binnen. Door een erehaag van PSV-spelers liepen de Rotterdammers de trap op om de beker in ontvangst te nemen, en Peeters noemde zich na afloop 'zielsgelukkig'. Collega Linder erkende dat Feijenoord deze keer verdiend had gewonnen.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Handelsblad, Tubantia en Het Rotterdamsch Parool van 16 juni 1969 (Delpher).



