Voor het eerst in jaren leefde de bekerfinale echt: zo'n 57.000 toeschouwers kwamen op een zwoele woensdagavond naar het Feijenoord-stadion voor de eindstrijd tussen de kersverse landskampioen en PSV. De Eindhovenaren hadden er in de halve finales al twee zware duels met Sparta op zitten, maar toonden zich onder trainer Kurt Linder in topvorm.
Na een afwachtend begin, waarin Van der Kuylen voor PSV over schoot en Wery voor Feijenoord net naast, kreeg het publiek na bijna een half uur een schoolvoorbeeld van combinatievoetbal te zien. Veldhoen speelde Wim Jansen aan, die met een rush Coen Moulijn bereikte; de linksbuiten legde in één beweging terug op de vrijstaande Henk Wery, die hard en laag raak schoot (1-0). PSV-doelman Pim Doesburg hield zijn ploeg daarna met snelle reddingen op inzetten van Romeijn en Kindvall in de wedstrijd.
Na rust drong PSV aan. Vooral de razendsnelle Deen Schmidt Hansen bracht de Feijenoord-defensie in verwarring, en Rinus Israël moest boven zichzelf uitstijgen. Veertien minuten voor tijd ging het toch mis: een niet al te hard schot van Lazar Radović glipte doelman Eddy Pieters Graafland door de handen en rolde over de lijn (1-1).
De verlenging werd een bikkelhard bekergevecht, waarin Bjerre bij PSV en enkele Feijenoorders te nadrukkelijk hun fysieke kracht gebruikten. Pieters Graafland liep eerst een trap op en moest begin tweede verlenging met een gekneusde rib het veld verlaten; Eddy Treijtel nam zijn plaats in. Ook na 120 minuten stond het 1-1, zodat de finale drie dagen later moest worden overgespeeld.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad, Het Rotterdamsch Parool en de Leeuwarder Courant van 12 juni 1969 (Delpher).







