In de kwartfinale van de KNVB-beker, in mei 1969, ontving Feijenoord NEC in De Kuip. Het landskampioenschap was voor de Rotterdammers bijna binnen, en volgens de kranten speelde de ploeg weer met meer vrijheid. Coen Moulijn was op 32-jarige leeftijd opnieuw in topvorm. De eerste fase verliep rommelig, en Feijenoord had geluk dat scheidsrechter Van Gemert niet floot toen Laseroms Bonnen in het strafschopgebied neerhaalde.
Na ruim een half uur passeerde Henk Wery op de rechterkant twee tegenstanders, en met links schoot hij de bal langs de eerste paal binnen (1-0). Drie minuten voor rust profiteerde Moulijn van een fout van NEC-libero Merckx (2-0). Zes minuten na de hervatting werkte Haak de bal naar Kindvall, die voorgaf op Wery: 3-0. Daarna kwam NEC via Lelieveld omstreden terug tot 3-1, omdat de bal volgens Feijenoord al over de achterlijn was geweest. Na een overtreding op Moulijn kreeg Feijenoord een strafschop, maar De Bree stopte de inzet van Wery. Invaller Frans van der Heide, die voor de licht geblesseerde Kindvall in het veld was gekomen, maakte vlak voor tijd na een pass van Haak de 4-1.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool, Tubantia en het Algemeen Dagblad van 21 mei 1969 (Delpher).

