Feijenoord speelde in februari 1926 voor zo'n 14.000 toeschouwers in Amsterdam tegen Ajax. Na vier minuten dribbelde Kees Pijl door de Ajax-verdediging van Van Kol en Pelser, en zijn schot in de rechterbenedenhoek was onhoudbaar voor doelman De Boer (0-1). Feijenoord was daarna een tijd sterker, dankzij een goede middenlinie met Van Heel, Bul en Visser. Bij Ajax ondernamen de vleugelspelers Twelker en Hamel snelle rushes, maar het binnentrio miste veel kansen.
Na rust zakte het tempo. Een kwartier na de hervatting gaf Bul een lange bal en glipte Pijl langs de laatste verdediger, waarna hij de voorsprong verdubbelde (0-2). Ajax kwam daarna steeds meer in de aanval. Twintig minuten voor het einde verkleinde Rutten na een scrimmage uit een hoekschop de achterstand (1-2), en nauwelijks een minuut later maakte dezelfde Rutten met een onhoudbaar schot gelijk (2-2).
In de laatste minuten ontstond een vinnige strijd om de winst, maar beide verdedigingen hielden stand. De Nieuwe Haarlemsche Courant sprak van 'een fraaie strijd, die door de heer Van Gessel goed werd geleid'.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts en de Nieuwe Haarlemsche Courant van 8 februari 1926 (Delpher).

