Op 3 februari 1957 speelde Feijenoord in de eredivisie thuis met 2-2 gelijk tegen Sportclub Enschede, voor een recordaantal van 63.000 toeschouwers in een tot barstens gevuld stadion en onder leiding van scheidsrechter Joop Martens; een boeiend duel van de bloem van het Nederlandse voetbal op een soppige grasmat. In de eerste minuut kreeg Enschede twee hoekschoppen en was Lenstra bijna raak, maar meteen daarna rukte Steenbergen op na een pass van Bak, speelde Odenthal in de verwarring te zacht terug op doelman Van der Wint en scoorde Van der Gijp (1-0). Met de aalgladde Moulijn en de doortastende Meerman stelde Feijenoord Enschede herhaaldelijk voor problemen. Enschede experimenteerde met Lenstra als linksbuiten en linkshalf Feldmann als zwervende middenvoor; Feldmann legde met een lage voorzet de gelijkmaker klaar voor rechtsbuiten Moddejonge, en drie minuten later gleed een bal na een lob van Feldmann van de vuist van de te ver uitgekomen Onderstal op het hoofd van Voges en leidde Enschede. Volgens De Tijd was Feijenoord de beste van de twee, maar zonder Schouten te weinig productief.
Bron: eigen verslag op basis van De Tijd (Delpher).



