Op 30 december 1956 werd de Rotterdamse sterrenploeg in de eredivisie met 4-1 verslagen bij Rapid JC in Heerlen, voor 10.000 toeschouwers en onder leiding van scheidsrechter Joop Martens. Feyenoord vergat dat tempo een machtig wapen is, en juist dat hanteerden de Limburgers als in hun kampioensdagen. De eerste helft was gereserveerd: Moulijn kwam niet langs Mommertz en Van der Gijp niet langs Coerver, en het blok Stroucken-Coerver-Mommertz stopte de tempoloze Feyenoord-aanval. Doelman Onderstal verrichtte enkele uitstekende reddingen en een schot van De Kreek ging tegen de lat, maar toen iedereen zich al met 0-0 had verzoend, raasde Rapid over links door en besloot Janssen de actie van dichtbij (1-0). Na rust werd de Feyenoord-verdediging slag op slag overrompeld; Van Kerkum redde uit een strafschop de eer.
Bron: eigen verslag op basis van De Nieuwe Limburger (Delpher).

