Op 20 november 1955 verloor Feyenoord in de competitie met 4-3 bij Sportclub Enschede, een wedstrijd op uitstekend peil met vier doelpunten in de laatste zeven minuten. Bosselaar was niet in zijn gewone doen, en de grote man in de Rotterdamse voorhoede was de zwervende midvoor Schouten; doelman Odenthal was bij Enschede in grootse vorm. Het gevaar bij Enschede kwam van Abe Lenstra: via hem en Oonk kwam de bal bij linksbuiten Jansen, uit wiens voorzet Voges vier minuten voor rust schitterend inkopte (1-0), en nog voor rust werkte Lenstra zelf een hard schot van Van der Wel af (2-0). Van der Hoek, die door een schot van Oonk was geraakt, bleef na rust in de kleedkamer; Van Kerkum nam zijn plaats in en Koolen werd rechtsback. Na rust speelde Feyenoord in een te hoog tempo voor Enschede (hoekschoppen 14-4) en kwam het na een kwartier dichterbij. In de slotfase vielen nog vier doelpunten, twee aan elke kant.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool (Delpher).

