In september 1973, het eerste seizoen zonder Cruijff, zat Ajax in een dip. In een uitverkocht Olympisch Stadion leek Feyenoord lange tijd op weg naar de zege. Na ruim een half uur schoot Henk Wery van afstand raak, terwijl Stuy als versteend bleef staan (0-1).
In de rust zette Ajax-trainer Knobel Piet Keizer in de spits en Arnold Mühren op links. Oud-Ajacied Sjaak Swart had dat die week op de radio al bepleit. De omzetting bracht de Feyenoord-verdediging in verwarring, omdat die niet meer wist wie wie moest dekken. Vijf minuten na rust sprintte Gerrie Mühren achter Wim Jansen langs en rondde hij een actie van Keizer met rechts beheerst af (1-1). Na rust was het aantal doelpogingen volgens NRC Handelsblad elf tegen vijf in het voordeel van Ajax. Drie minuten voor tijd maakte Arnold Mühren het winnende doelpunt (2-1).
NRC Handelsblad vond dat Feyenoord als sterkste ploeg niet hoger had durven mikken dan een gelijkspel. Volgens de krant was Van Hanegem de enige persoonlijkheid tussen twee elftallen voorzichtig spelende voetballers.
Bron: eigen verslag op basis van NRC Handelsblad, De Tijd en de Leeuwarder Courant van 24 september 1973 (Delpher).







