In memoriam 1940–1945
De leden die de bevrijding niet meemaakten, het beeld dat de club in 1947 voor hen onthulde, en de Joodse Feyenoorders die op de lijst van 1945 ontbraken.

In september 1945 kwam De Feijenoorder voor het eerst sinds 1941 weer uit. Het ging over de hervatte competitie, nieuwe leden en de contributie, en ergens in dat nummer stond een kader met de kop ‘De droeve lijst’. Daarop stonden de leden die de bevrijding niet meer hadden meegemaakt. Dit verhaal gaat over hen, en over de Feyenoorders die er niet op stonden.
De droeve lijst
Het clubblad noemde negen leden. Van drie van hen, N.J. Bakker, A. Bravenboer en A. Coodee, wist men alleen dat ze vermist waren. De andere zes waren J.A.J. van den Bosch, G.M. Groos, J. ter Haar, W.F.J. Polane, C.J. van Trijffel en G.M.R. Werson. Verder verloor de vereniging de donateurs R. Werson en B. Geuvers. Hoe de meesten van hen omkwamen, schreef het blad er niet bij.
Het waren niet de eersten. Al in juli 1940 meldde het clubblad de dood van het vijftienjarige adspirant-lid C. Bastiaanse, die bij een bombardement op de stad was omgekomen. In februari 1941 kwam eerste-elftalspeler Arie Overweel om bij een bombardement op Rotterdam, en oud-speler Arie van Donk overleed in augustus 1945 als krijgsgevangene aan de Pakanbaroe-spoorweg op Sumatra. Hun verhalen staan in Feijenoord in de Tweede Wereldoorlog.
Gerard Werson
Over één naam schreef het clubblad meer. Gerard Werson, geboren op 17 mei 1921, werd op 11 augustus 1944 in Vught gefusilleerd. Hij was 23 jaar. Van hem wist de club dat hij ‘in den politieken strijd voor zijn vaderland’ was omgekomen. Zijn vader Reinier, donateur van Feijenoord, stierf begin 1945 in een Duits concentratiekamp aan tyfus. Zijn moeder kreeg pas in de zomer van 1945 zekerheid. Eind juli liet zij in de kranten zetten dat haar zoon in Vught was gefusilleerd.
Een zaaier onder het ereterras
Begin 1946 vroeg een commissie de leden en donateurs om geld voor een gedenkteken. Iedereen moest kunnen meedoen, ook met een klein bedrag, en de namen van de gevers zouden in een album komen. ‘Laat de naam van niemand ontbreken!’, stond in het clubblad. De Rotterdamse beeldhouwster Rie Elias ontwierp een zaaier, op een voetstuk van rode steen bijna drie meter hoog. In zijn hand draagt hij een korf met zaad, onder zijn voet vertrapt hij een helm, en achter hem zie je de aderen van het bloed dat over de wereld had gevloeid. Over die aarde zaait hij nieuw leven.
Op zaterdag 3 mei 1947 werd het beeld in het stadion onthuld, onder het ereterras. Het was opgedragen aan de 21 Feijenoorders die in de oorlog waren omgekomen. Veel familieleden van de gevallenen waren erbij, er werd een minuut stilte gehouden en de club en de supportersvereniging legden kransen. Voorzitter Kieboom wilde in het bijzijn van de nabestaanden niet over afzonderlijke personen spreken, ‘omdat de geslagen wonden slechts zouden worden blootgelegd’. In 1948 moest het monument enkele maanden aan het oog worden onttrokken, omdat er nog een regeling nodig was met de landelijke commissie die over oorlogsmonumenten ging. In augustus van dat jaar stond het er weer.
Wie er niet op stond

Op de lijst van 1945 ontbreken de Joodse Feyenoorders. In het najaar van 1941 moesten sportverenigingen op last van de bezetter hun Joodse leden uitschrijven, en ook Feijenoord deed dat. Wie geen lid meer was, kwam na de oorlog niet op de clublijst. Pas veel later is uitgezocht wie zij waren. Onderzoek dat in 2015 in het blad van de supportersvereniging verscheen, en dat daarna onder anderen door sporthistoricus Jurryt van de Vooren werd aangevuld, bracht tientallen Joodse leden en donateurs terug die in de kampen zijn vermoord.
Onder hen waren drie broers uit de Van Oldenbarneveltstraat: Machiel, David en Salomon van der Horst. Machiel speelde in het vierde elftal. Alle drie werden op 23 april 1943 in Sobibor vermoord; ook hun ouders overleefden de oorlog niet. Het spelende lid Aron Naarden werd veertien jaar en kwam om in Auschwitz, net als de donateur Barend Naarden. Vanaf Loods 24 op de Kop van Zuid vertrokken in 1942 en 1943 de transporten met Rotterdamse Joden naar Westerbork, en van daar naar de vernietigingskampen. Op die plek staat nu het Joods Kindermonument.
Niet iedereen kwam om. Trainer Richard Dombi, die het elftal van 1935 tot 1939 leidde, overleefde de oorlog onder een andere identiteit. Maar voor veel Joodse Rotterdammers met een band met de club was er geen plaats meer, op het veld noch op de lijst.
Namen bewaren
‘Laat de naam van niemand ontbreken’ ging in 1946 over de gevers voor het monument. Tachtig jaar later is het een goede opdracht voor wie de clubgeschiedenis vertelt. Wie meer weet over een van de mensen in dit verhaal, of over leden die hier nog niet genoemd zijn, wordt van harte uitgenodigd dat te laten weten.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.