Voetballen voor de bloedbank
Van 1931 tot 1939 speelden Sparta en Feijenoord bijna elk jaar voor de bloedtransfusiedienst van het Rode Kruis, met een prins of prinses op de tribune en een plaquette voor de winnaar.
Een idee van dokter Van Dijk

Rond 1930 begon het Rode Kruis in Nederland met bloedtransfusiediensten: vrijwilligers die zich lieten oproepen als een patiënt bloed nodig had. Ook in Rotterdam kwam zo’n dienst, en die kon geld goed gebruiken. In 1931 kwam de arts H.J.C.M. van Dijk met een plan: een voetbalwedstrijd tussen de twee grote clubs van de stad, waarvan de opbrengst naar de dienst zou gaan. Sparta en Feijenoord werkten graag mee, zo schreef het Rotterdamsch Nieuwsblad later. Er werd elk jaar gespeeld in het stadion van Sparta op Spangen, en zo ontstond een traditie die tot de oorlog duurde.
Op tweede kerstdag 1931 trokken duizenden mensen naar Het Kasteel. Rode Kruissoldaten stonden bij de ingang opgesteld, want hun hoogste chef kwam kijken: prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina en voorzitter van het Nederlandsche Roode Kruis. Om twee uur liep hij tussen de opgestelde elftallen door naar de tribune, terwijl de harmonie het Wilhelmus speelde en de prinselijke standaard werd gehesen. De wedstrijd eindigde in 1-1. Sparta kreeg de plaquette na een strafschoppenserie die het Rotterdamsch Nieuwsblad een ‘sensationele apotheose’ noemde.
Een prins in de sneeuw

Prins Hendrik kwam drie keer. Op tweede kerstdag 1932 zag hij Sparta met 5-1 winnen. Een jaar later gooide de vorst roet in het eten: de wedstrijd van tweede kerstdag ging niet door, en op oudejaarsdag 1933 werd er alsnog gespeeld, op een veld vol sneeuw. Veel mensen kozen die middag voor de schaats, maar wie wel kwam, zag Feijenoord met 1-3 winnen, met twee doelpunten van Van Luijk.
In juli 1934 overleed prins Hendrik. Zijn dochter Juliana volgde hem op als voorzitster van het Rode Kruis, en in december kwam zij voor het eerst naar Spangen. Ze kreeg een wedstrijd om nooit te vergeten. Feijenoord leidde met 1-3, maar Voormolen maakte er in zijn eentje 3-3 van. Om toch een winnaar te hebben, werden er strafschoppen genomen. Pas na 23 stuks, in vier series, stond vast dat Sparta de prijs had gewonnen.
Tien doelpunten en een verloving
Op 28 december 1935 was het eenrichtingsverkeer. Op een zwaar, glad veld won Feijenoord met 1-10, de grootste uitslag uit de reeks. Juliana kwam pas voor de prijsuitreiking. Sparta’s administrateur Wolff kreeg het kruis van verdienste van het Rode Kruis, omdat hij de wedstrijden elk jaar organiseerde.

In september 1936 werd de verloving van Juliana en prins Bernhard bekend. Voor de wedstrijd van woensdag 2 december werd hij ook verwacht, maar hij liet weten dat hij verhinderd was. Feijenoord had er zelfs een competitiewedstrijd tegen DWS voor laten verzetten. Sparta nam revanche voor het jaar ervoor en won met 3-1. Na afloop kregen beide aanvoerders een bronzen plaquette met de beeltenissen van het verloofde paar, en de spelers een medaille. Sparta-doelman Jos. Cohen feliciteerde de prinses met haar verloving.
Naar de zomer
In december 1937 bleef het stil. Feijenoord stevende af op het afdelingskampioenschap, en de organisatie wilde de wedstrijd in het voorjaar spelen, zodat de prinses er weer bij kon zijn. Het werd zaterdag 18 juni 1938. Het was warm, de spelers waren uit training, en De Maasbode vond het een ‘vrij saaie en slappe vertooning’. Kantebeen maakte het enige doelpunt: 0-1. Juliana kwam in de rust. Puck van Heel kreeg uit haar handen de medaille die koningin Wilhelmina beschikbaar had gesteld, en bondsvoorzitter Van Prooye en Karel Lotsy werden onderscheiden voor hun werk voor de bloedtransfusiedienst.
De achtste en laatste uitgave voor de oorlog volgde op zondag 4 juni 1939. Er kwamen zo’n 8000 mensen, onder wie Franse matrozen die als gasten van de stad op de tribune zaten. Sparta kwam nog op voorsprong, maar daarna werd het 1-7, met drie doelpunten van Leen Vente. De prinses was er dit keer niet bij; de spelers stuurden haar een telegram. Een jaar later was het oorlog.
Wat bleef
Hoeveel de wedstrijden opbrachten, hing af van het weer en de tegenstand op de kalender. In 1933 bleven veel mensen thuis of gingen ze schaatsen, in 1938 zaten er volgens De Maasbode tussen de 12.000 en 15.000 toeschouwers. Voor de clubs waren het vooral eervolle middagen, met toespraken in de versierde zaal van het Kasteel en een prijs uit koninklijke handen. Toen Feijenoord in 1933 de plaquette won, schreef het clubblad trots dat er maar drie exemplaren van bestonden.
Weet jij meer over dit onderwerp, of heb je een foto, knipsel of familieverhaal? Stuur een aanvulling of bekijk de open vragen.