Op 8 april 1990 verloor Feyenoord in het Zuiderpark met 2-0 van FC Den Haag, waardoor de ploeg van trainer Gunder Bengtsson in degradatiegevaar bleef. Door schorsingen van onder meer Keur en Lokhoff en blessures speelde Feyenoord met een noodopstelling: de linksbenige Brochard stond als rechtsback, en de 18-jarige verdediger Van der Plas als rechtsbuiten. Na achttien minuten had Scholten de beste Feyenoord-kans, maar Van Oosten kreeg er nog een voet tussen. In de 27ste minuut werd Harry van der Laan na een pass van Edwin Grünholz vrijgelaten en scoorde hij oog in oog met doelman Hiele zijn zestiende seizoenstreffer: 1-0. Na rust bracht trainer Co Adriaanse de snelle Lindenaar in. In de 55ste minuut liep die zijn vroegere ploeggenoot bij FC Utrecht, Plomp, eruit, en hij passeerde Hiele met een schijnbeweging: 2-0. Doelman Hiele behoedde Feyenoord voor een grotere afgang. Scheidsrechter was Reygwart.
Bron: eigen verslag op basis van Trouw, de Volkskrant, Het Parool en het Algemeen Dagblad van 9 april 1990 (Delpher).


