Op dinsdagavond 3 mei 1988 speelde Feyenoord in het Zuiderpark met 2-2 gelijk tegen het al gedegradeerde FC Den Haag. Feyenoord moest winnen om zicht te houden op de nacompetitie, en had de vijf duels daarvoor allemaal verloren. Trainer Rinus Israël zette Elstrup en Blinker op de bank, en Wijnstekers bleef wegens privéproblemen thuis. Bij FC Den Haag ontbrak de geblesseerde Martin Jol, en Remco Boere, die de nacht ervoor vader was geworden, begon op de bank. Na negen minuten kapte Kuzmanović Troost uit en schoot hij raak: 1-0. Drie minuten later schoot Mario Been een door de jonge Breetveld teruggelegde bal binnen: 1-1. Direct daarna ontplofte er een zware bom vlak bij doelman Stam en verdediger Gentile. Scheidsrechter Keizer stuurde de ploegen bijna een half uur naar de kleedkamer, terwijl de ME de supportersvakken afsloot en de politie de bommengooiers oppakte. Na de hervatting kopte Monkou een hoekschop van Barendse door, en Been knalde de 1-2 binnen. FC Den Haag bleef aandringen. Een minuut voor tijd kopte invaller Boere een voorzet van Charité vallend in: 2-2. Barendse kreeg zijn zevende gele kaart van het seizoen.
Bron: eigen verslag op basis van de Volkskrant, De Telegraaf, NRC Handelsblad en het Algemeen Dagblad van 4 mei 1988 (Delpher).



