Op Tweede Pinksterdag 1969 kon Feyenoord in het Diekmanstadion tegen FC Twente de landstitel van Ajax overnemen. Twente, nog thuis ongeslagen, speelde zonder topscorer Dick van Dijk, maar wel met aanvoerder Willem de Vries, die na een auto-ongeluk met veertien krammen in kin en wang toch meedeed. Voor 26.500 toeschouwers ontwikkelde zich een bikkelhard voetbalgevecht met veel overtredingen aan beide kanten.
In de 29e minuut onderschepte Wim Jansen op eigen helft een Twentse combinatie en gaf direct een dieptepass. De Vries reageerde te laat en vroeg tevergeefs om buitenspel, en Ove Kindvall sprintte door, passeerde doelman Schrijvers en schoot rustig raak (0-1). Na een overtreding van Drost op Moulijn sommeerde scheidsrechter Van der Kroft beide aanvoerders om het kalmer aan te doen. Vier minuten voor rust kreeg Jeuring de beste Twentse kans, maar hij schoot hoog over.
Na rust kreeg Twente alle ruimte om aan te vallen, maar de ijzersterke, soms wat al te harde Rotterdamse defensie gaf nauwelijks een kans weg. Van Hanegem, die op nieuwe schoenen met steunzolen zijn oude vorm leek terug te hebben, was een van de uitblinkers.
Met de magere maar verdiende 0-1 zege werd Feyenoord op de voorlaatste speeldag voor de negende keer kampioen. Kort daarna volgde de bekerwinst tegen PSV, en daarmee de dubbel.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool, het Nieuwsblad van het Noorden en de Friese Koerier van 27 mei 1969 (Delpher).






