Op 9 oktober 1955 won Feijenoord in de competitie met 2-5 bij een povere Volewijckers in Amsterdam, al drukte de uitslag het grote krachtsverschil tussen de zwakke Amsterdamse defensie en het vaak originele Rotterdamse aanvalsspel volgens Het Parool veel te mager uit. In de tweede minuut moest Schenkel een gladde combinatie van Van Woerden, Bosselaar en Moulijn op de doellijn wegschieten. Een kopbal van Kamstra uit een hoekschop van Van der Mast dwong Van der Bijl tot een horizontale zweefduik. Dankzij het briljante spel van Bosselaar en Schouten op het middenveld ontstonden talloze kansen; de verder schotloze Schouten profiteerde driemaal van simpele kansen en Moulijn scoorde tweemaal, terwijl ook De Bruijn de zwakke schakel was in een voorhoede zonder echte middenvoor.
Bron: eigen verslag op basis van Het Parool (Delpher).

