Op 28 november 1954 won Feijenoord de eerste wedstrijd van de nieuwe competitie, na de voetbaloorlog, thuis zonder glans met 2-1 van een zwak Vitesse, onder leiding van scheidsrechter Verkerk. Feijenoord speelde met vier invallers: Meerman, De Bruijn, Bol en Van der Hoek werden vervangen door Van der Heide, Van Veelen, Koolen en Schuier. Vitesse speelde met een numeriek sterke verdediging en een teruggetrokken middenvoor; linksbinnen Huiberts was de gevaarlijkste Arnhemmer en dwong Van der Bijl in het begin tot een duikeling. Daan den Bleijker was op de Vitesse-helft de grote man en bracht zijn medespelers listig doelrijpe kansen, die onbenut bleven, tot hij na een half uur zelf de bal bij de middencirkel veroverde en, met Los en Hosten op zijn huid, op doelman l'Ami afstevende en scoorde. Vijf minuten voor tijd strafte Huiberts een fout van Van der Bijl af (2-1), maar verder kwam Vitesse niet.
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool (Delpher).

