Op 7 november 1954 won Feijenoord in de competitie met 2-4 bij Brabantia in Eindhoven, een strijd tussen de Feijenoord-aanval en de elastische Brabantia-verdediging, met abrupte slidings van de gebroeders Van Osch. Van Woerden scoorde uit een voorzet van Hol, gevolgd door een fout van de Brabantia-doelman (0-1), maar direct daarna kostte een overtreding van stopper Van der Hoek een vrije trap, waaruit Mutsers ineens scoorde (1-1). Na een afgekeurd buitenspeldoelpunt van De Bruijn scoorde Meerman uit een voorzet van links (1-2). In de achttiende minuut na rust beoordeelde Van der Bijl een als voorzet bedoelde bal van rechtsbuiten Mollen verkeerd en vloog die over hem heen in het doel (2-2). Van der Hoek trok mee ten aanval; Brabantia-half Mutsers sloeg een bal met de handen uit het doel, maar doelman Soetens stopte de strafschop van Van Kerkum. In de laatste vier minuten maakte Soetens twee fouten: een schot van Meerman tegen de onderkant van de paal werkte hij in eigen doel en hij vergreep zich op een scherpe bal van Van Woerden (2-4).
Bron: eigen verslag op basis van Het Rotterdamsch Parool (Delpher).

