Op 20 december 1953 won Feijenoord in de competitie thuis mager met 2-1 van Maurits, in een matige wedstrijd waarin het plaatsen bij beide ploegen het zorgenkind was. De uitzondering was de vooral na rust subliem spelende Feijenoord-rechtsbuiten De Jager, de enige gevaarlijke man in de Rotterdamse aanval. Na tien minuten schoot Hol een half afgeslagen hoekschop tegen doelman Spronck, waarna Van der Hoek de terugspringende bal in het net plaatste (1-0). Vier minuten voor rust leidde een dekkingsfout tot de gelijkmaker: Quanjel kopte een hoge voorzet van Van Kempen door naar de vrijstaande Kerckhoffs, die Van der Bijl met een kopbal passeerde (1-1). Daarna trapte de verdienstelijke stopperspil Wilms over een lage voorzet van Van der Hoek, waardoor De Bruijn ongehinderd kon inschieten (2-1). Na rust kwam het Rotterdamse doel enkele malen in gevaar, maar de Limburgers voerden het spel te ver door.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode (Delpher).
