Op 29 november 1953 won Feijenoord in de competitie thuis met 4-0 van DHC, een weelde die het meer aan de zwakke tegenstand na rust dan aan eigen verdienste dankte. Voor rust trapten beide ploegen de bal vooral naar elkaar en gaapten de toeschouwers. Vlak na de hervatting stoomde Feijenoord over links op; een behendige voorzet van Hol kwam rechts bij De Bruijn, die hard raak schoot (1-0). Kort daarna sprong De Bruijn slim over een schuiver van linkshalf Broeders heen, waar doelman Van Schaick niet op had gerekend (2-0). Rechtsbuiten De Jager ving een voorzet van Hol beheerst op en schoot hard in, en bij een doorbraak door het centrum wipte Van der Hoek de bal over de uitlopende Van Schaick (4-0). De nieuwe Feijenoord-voorhoede bestond uit Hol en De Jager op de vleugels en De Bruijn, Van der Hoek en Van de Korput in het centrum.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vrije Volk (Delpher).

