In 1933 speelde Feijenoord op het Sparta-terrein voor zo'n 12.000 toeschouwers de finale om de Zilveren Bal tegen Willem II. De eerste kans was voor de Tilburgers: Maas liep door op een ver vooruitgespeelde bal toen Van Male aarzelde met uitkomen, maar zijn schot ging naast.
Daarna nam Feijenoord het initiatief. Na zeven minuten dribbelde Duijnhouwer door de verdediging, zijn harde schot sprong van de onderkant van de lat terug het veld in, en Van Heel sloeg de bal prachtig in een hoekje (1-0). De voorhoede combineerde vaak voortreffelijk, maar de Willem II-verdediging met doelman Van der Aa hield stand. In het laatste kwartier voor rust kwam Willem II beter in het spel. Scheidsrechter Van Moorsel keurde twee doelpunten van de Tilburgers af: eerst wegens een overtreding op Van Ooyen, daarna wegens buitenspel van Van Ierland.
Twee minuten na rust liep Vrauwdeunt snel op, en Groenendijk zette een tegenstander opzij en schoot handig raak (2-0). Kort daarna ketste een prachtig schot van Groenendijk tegen de lat. Na een kwartier in de tweede helft besloot Möller een goede solo met een scherpe schuiver (2-1). Willem II viel daarna aan, maar Van Male keerde ook een schitterend schot van Möller.
Met de 2-1 won Feijenoord de Zilveren Bal voor de vierde keer in deze reeks, en kwam het nog één eindzege verwijderd van blijvend bezit.
Bron: eigen verslag op basis van het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad, De Tijd, de Nieuwe Haarlemsche Courant en het Nieuwsblad van het Zuiden van 11 september 1933 (Delpher).

