Twee jaar na de verloren finale tegen H.B.S. stond Feijenoord in 1926 opnieuw in de eindstrijd om de Zilveren Bal, nu in eigen stad tegen Willem II. Beide ploegen begonnen fel. Willem II zette eerst druk, maar Feijenoord werkte zich los, gesteund door een sterke middenlinie met Van Heel. Pijl werd door de Tilburgers apart bewaakt, en doelman Van der Aa toonde zich zeer betrouwbaar.
Na twintig minuten pikte Petterson na aangeven van Koonings de bal op en schoot onberispelijk raak (1-0). Willem II zette daarna een tijd druk, maar de Feijenoord-verdediging hield stand; Van Dijke kopte zelfs een hard ingeschoten vrije trap van Van Son uit het doel. Een hard schot van Barendregt scheerde over de lat, en drie minuten voor rust kopte Koonings een voorzet van Verbeek keurig binnen (2-0). Vlak voor rust schoot Pijl met een leeg doel voor zich nog naast.
Direct na rust kwam Willem II terug: nog geen minuut was gespeeld toen Buddemeijer de achterstand verkleinde (2-1). Pijl liet Van der Aa enkele harde ballen verwerken, en bij een snelle aanval vergrootte Koonings met een goed schot de voorsprong (3-1). Kort voor het einde maakte Buddemeijer er nog 3-2 van, maar met de overwinning in zicht gaf Feijenoord geen krimp meer.
Zo won Feijenoord in 1926 voor het eerst de Zilveren Bal.
Bron: eigen verslag op basis van De Avondpost, de Tilburgsche Courant, Het Huisgezin en de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 20 september 1926 (Delpher).

