Op 23 september 1928 won Feijenoord in de competitie met 1-4 bij DFC in Dordrecht. Het spel stond op een zeer voldoende peil; DFC werd langzamerhand sterker, maar Van Dijke en Van Heel brachten redding, en De Bruyn hield de Rotterdamse aanvallen tegen. Na een half uur zond Barendregt onverwacht een hard schot in dat hoog in het bovenhoekje verdween (0-1), en vijf minuten voor rust verraste hij doelman Bom na een hoekschop opnieuw (0-2). Een schitterend aangegeven bal van Verbeek kopte Adriaan Koonings buitengewoon fraai in (0-3). Na rust stopte Dekker twee schoten van Van Dam; Lebret werd goed bewaakt. Feijenoord bleef overwegend sterker en won met 1-4.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 24 september 1928 (Delpher).
