Op 31 oktober 1926 speelde Feijenoord thuis met 1-1 gelijk tegen DFC, in een wedstrijd om een uitgeloofde beker, die na loting aan Feijenoord toeviel. Er ontwikkelde zich direct een snel, boeiend spel; de DFC-doelman maakte een zeer betrouwbare indruk, en daarna kreeg ook Feijenoord benauwde momenten (0-0 bij rust). Op het gladde terrein na de regen gooide DFC er een schepje bovenop en een scherp schot was de doelman te machtig (0-1). Na ongeveer tien minuten maakte Adriaan Koonings gelijk na onvoldoende wegwerken door de doelman. Bul toonde zich zeer actief; volgens Voorwaarts was een gelijkspel een goede weergave van de krachtsverhouding.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 1 november 1926 (Delpher).
