Na de teleurstellende 1-1 in Rotterdam moest titelhouder Feijenoord eind september 1970 in Arad minstens één keer scoren. Dat lukte niet, en Feijenoord lag al in de eerste ronde van de Europa Cup I uit. Volgens het Rotterdamsch Parool slaagde Feijenoord er geen enkele keer in de verdediging van UT Arad met vloeiende combinaties uit elkaar te spelen. Wery (twee keer), Van Hanegem en Hasil kregen volgens Tubantia wel grote kansen. Jansen, Van Hanegem en Moulijn speelden een ondergeschikte rol.
Trainer Happel had van tevoren afgesproken dat de vleugelverdedigers Romeijn en Van Duivenbode na een uur zonder doelpunt plaats zouden maken voor de aanvallers Boskamp en Van Daele. Na bijna een half uur in de tweede helft gebeurde dat. In de laatste tien minuten zette Feijenoord het doel van Arad onder enorme druk, maar het spel werd steeds haastiger. De uitvallen van Dumitrescu en Dembrovschi waren levensgevaarlijk.
'Die jongens kunnen er niets van', zei Rinus Israël. Van Duivenbode legde de schuld bij de gemiste kansen in de eerste wedstrijd.
Bron: eigen verslag op basis van het Rotterdamsch Parool en Tubantia van 1 oktober 1970 (Delpher).









