Feijenoord was die voorjaar al landskampioen geworden en kon met de bekerfinale tegen Go Ahead voor het eerst in de clubgeschiedenis 'de dubbel' pakken. Op een koude zaterdagavond kwamen zo'n 31.000 toeschouwers naar het eigen stadion, maar de sfeer bleef lang lauw: Feijenoord begon slap en Go Ahead, met spil Goedhart als rustpunt, verdedigde taai en met strakke mandekking.
Na een minuut of tien nam Feijenoord het initiatief, maar echte openingen kwamen er nauwelijks. Venneker, Groot en Kruiver kregen wel kansen met schoten en kopballen, maar de Deventer doelman Nico van Zoghel was telkens op zijn post. Aan de andere kant was de zwervende rechtsbuiten Lefering de enige Go Ahead-speler die echt gevaar bracht.
Tien minuten voor tijd sloeg het noodlot toe voor Henk Groot: een hard schot van ploeggenoot Guus Haak trof hem vol in het gezicht en brak zijn neus. Terwijl Groot op een brancard van het veld werd gedragen, kwam er eindelijk bekersfeer in het stadion. Kraay, Haak en Romeijn trokken fanatiek mee naar voren, en bij een uitval van Go Ahead moest Romeijn een inzet van Veenstra op de doellijn wegkoppen. Even later keerde Groot met een pleister op zijn neus terug.
Toen iedereen zich al op een verlenging instelde, viel in de voorlaatste minuut toch de beslissing. Na een korte hoekschop gaf Bergholtz de bal voor en Frans Bouwmeester schoot van dichtbij, met zijn zwakkere rechterbeen, de 1-0 binnen. Go Ahead protesteerde dat de bal al over de doellijn was geweest bij de voorzet, maar scheidsrechter Henk Gennissen, die in deze wedstrijd zijn loopbaan afsloot, liet het doelpunt staan. Duizenden supporters stormden na het eindsignaal het veld op en droegen de spelers naar de eretribune, waar minister Vrolijk de beker uitreikte aan aanvoerder Eddy Pieters Graafland.
Bron: eigen verslag op basis van Het Parool, de Volkskrant, NRC, De Tijd en de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 31 mei 1965 (Delpher).

