Op een snikhete zondag in juni speelde Feijenoord in het eigen stadion de bekerfinale tegen Fortuna '54, de Geleense profclub van doelman Frans de Munck en spits Bram Appel. Feijenoord moest het in de verdediging stellen zonder Kerkum, Van der Hoek en Osterholt, en dat was te merken: bij de allereerste Limburgse aanval schoot Veldhoen de bal bijna in eigen doel.
Toch begon het goed. Al in de derde minuut rondde Henk Schouten een voorzet van Bak beheerst af (1-0). Feijenoord was met kort combinatiespel de betere ploeg, maar Schouten, Bak, Van der Gijp en Moulijn wilden het vaak te mooi doen. Fortuna kwam daardoor terug: na goed aangeven van Pieneman maakte Appel gelijk (1-1). Kort voor rust besloot Toon Meerman een goede aanval met een hard schot in de hoek, zodat Feijenoord met een verdiende 2-1 voorsprong de kleedkamer in ging.
Na rust kantelde de wedstrijd. In de hitte bleek Fortuna fysiek en mentaal sterker, en vooral Notermans bleef zijn aanval vooruit stuwen. Appel schoot nog van dichtbij over, maar een kwartier voor tijd kopte Angenent een hoekschop van Carlier fraai in (2-2). Daarna stortte de Feijenoord-defensie in als een kaartenhuis. Bram Appel ging er alleen vandoor, omspeelde drie man en schoot de 2-3 binnen, en kort daarna maakte hij ook de 2-4. De ver onder de maat spelende Moulijn was toen al vervangen door De Kreek.
In een slechts half gevuld stadion, volgens de kranten zaten er zo'n 35.000 toeschouwers, ging de beker zo naar Limburg. De kranten waren eensgezind: de zege van Fortuna was volkomen verdiend.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vaderland, de Twentsche Courant, het Eindhovensch Dagblad en het Algemeen Handelsblad van 17 juni 1957 (Delpher).


