Op 25 november 1956 speelde Feijenoord in De Kuip met 2-2 gelijk tegen NAC, in een harde wedstrijd op een glad veld. Na tien minuten keurde scheidsrechter Bronkhorst een doelpunt van Den Bleijker af wegens buitenspel, wat volgens Het Rotterdamsch Parool en De Tijd ten onrechte was. Na een goed kwartier kreeg Schouten de bal van Koolen uit een vrije trap en schoot hij langs Goedhart: 1-0. Na een half uur raakte Koolen geblesseerd aan zijn knie. Kort na rust werd Schouten in het strafschopgebied door Kuijs onderuitgehaald, en Kerkum schoot de strafschop hard binnen: 2-0. Daarna nam NAC het initiatief over. Overbeeke ging alleen op Onderstal af en scoorde langs de uitlopende doelman (2-1), en een kwartier later maakte Canjels gelijk. Ook Kerkum moest later met een voetblessure uitvallen. Feijenoord hield daarna stand. In de laatste minuut werd een hard schot van Den Bleijker nog net tot hoekschop gekeerd.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vrije Volk, Het Rotterdamsch Parool, De Tijd en De Maasbode van 26 november 1956 (Delpher).


