De return tegen Spartak Moskou werd met 24 uur uitgesteld en uiteindelijk in het stadion van Torpedo Moskou gespeeld. De spelers hadden vier dagen vrijwel alleen in het hotel doorgebracht met eten, kaarten en slapen. In de openingsfase werd Feyenoord overspeeld; debutant Trustfull vond op rechts geen ritme. In de zevende minuut passeerde de vrijstaande Karpin doelman De Goey fraai (1-0).
Feyenoord herstelde zich knap. Zeven minuten later bracht József Kiprich uit een dieptepass van Metgod de stand op 1-1, en daarmee was één doelpunt genoeg voor de halve finale. Na ruim een half uur moest Scholten echter met een elleboogblessure het veld verlaten. Invaller Gorré was volgens trainer Willem van Hanegem 'veel te nerveus'.
Tot acht minuten voor tijd hield Feyenoord hoop. Toen schoot Pjatnitski een vrije trap in de korte hoek. De Goey rekende op een voorzet en tikte de bal nog tegen de paal, maar Lediakhov tikte binnen (2-1). Na een handgemeen kregen uitblinker Van Gobbel en Tsjerenkov rood, en in de laatste minuut maakte Radtsjenko de 3-1.
'Deze nederlaag komt hard aan', zei Van Hanegem, die vooraf in een stunt had geloofd.
Bron: eigen verslag op basis van Het Parool en het Amigoe van 19 maart 1993 (Delpher).



