In de kwartfinale van de Europa Cup voor bekerwinnaars ontving Feyenoord, na moeizame rondes tegen Hapoel Petach Tikva en FC Luzern, de Russische kampioen Spartak Moskou. Kiprich speelde in plaats van de niet speelgerechtigde Van Loen, en De Wolf (hamstring) en Metgod (spierverrekking) deden ondanks blessures mee. Refos kreeg de voorkeur boven Heus.
Feyenoord begon te afwachtend en durfde niet vol aan te vallen, uit angst voor de snelle Russische counters. Het leverde weinig meer op dan een kopbal van Witschge naast en een kans voor Kiprich. Een kleine tien minuten voor rust ging het mis. Feyenoord rekende op buitenspel na een pass van Lediakhov, Karpin gaf de voorzet, en Pjatnitski scoorde langs een twijfelende De Goey (0-1).
Spartak, met de achttienjarige uitblinker Bestsjastnych, kreeg daarna de meeste kansen. Pas toen trainer Willem van Hanegem na ruim een uur Mike Obiku inbracht voor aanvoerder Metgod, toonde Feyenoord meer agressie. Tsjernysjov kreeg in de laatste minuut zijn tweede gele kaart en mocht de return niet spelen, maar de 0-1 bleef staan.
Voor 33.187 toeschouwers had Feyenoord op enthousiasme een punt verdiend, maar Spartak speelde veruit het beste voetbal.
Bron: eigen verslag op basis van het Algemeen Dagblad en het Amigoe van 3 maart 1993 (Delpher).




