In de halve finale van de Europa Cup voor bekerwinnaars speelde Feyenoord in Tbilisi tegen Dinamo, voor 80.000 fanatieke Georgische toeschouwers. Al na een minuut trapte Stafleu over de bal en kon Kipiani het strafschopgebied in, maar de teruggelopen Troost redde. Na zes minuten loste Budding het eerste schot op doelman Gabelia.
Daarna rolde Dinamo als een machine over Feyenoord heen, met snelle combinaties die vaak door de technisch voortreffelijke Kipiani waren opgezet. In de 23e minuut gaf Gutsajev een voorzet, doelman Hiele en Troost reageerden te traag en Sulakvelidze kopte binnen (1-0). Nielsen haalde nog een schot van Shengelia van de lijn, maar verspeelde na een half uur de bal aan Kostava, die Gutsajev de 2-0 liet maken. Vijf minuten na rust trok Sulakvelidze met een weergaloze solo de Feyenoord-defensie uit elkaar (3-0).
Trainer Václav Ježek bracht De Leeuw in voor de falende Pétursson. Feyenoord ging daarna steeds harder spelen, en Stafleu kreeg van de Zweedse scheidsrechter Fredriksson geel na een tackle op Gutsajev, waardoor hij de return moest missen. Pas in het laatste kwartier, toen Dinamo gas terugnam, kreeg Feyenoord kansen: Stafleu kopte tegen de paal en Vermeulen kwam net niet voorbij Gabelia.
Met 3-0 kwam Feyenoord volgens de kranten nog goed weg.
Bron: eigen verslag op basis van Trouw en de Volkskrant van 9 april 1981 (Delpher).



