Op een warme augustusmiddag in 1960 ontving Feijenoord landskampioen Ajax in de Kuip. Het werd een schuttersfeest. Beide verdedigingen vertoonden enorme gaten: bij Ajax was spil Anderiesen de zwakke plek, bij Feijenoord Walhout, terwijl Kreijermaat werd gemist en Klaassens last had van de warmte. Het verschil zat in de flitsende Rotterdamse voorhoede, met de linkervleugel Bouwmeester-Moulijn in topvorm.
Na enkele minuten scoorde Henk Schouten uit een scrimmage (1-0), en daarna kopte Bennaars een prachtige voorzet van Moulijn binnen (2-0). Na een fout van Walhout deed Cees Groot iets terug (2-1). Moulijn passeerde daarna Van Mourik en Anderiesen en legde de 3-1 klaar voor Van der Gijp. Schouten maakte er met een hard schot 4-1 van, en een kwartier later met een kopbal 5-1. Ajax kwam voor rust nog terug tot 5-2.
In de eerste twintig minuten na rust liep Feijenoord uit tot 8-2, met doelpunten van Moulijn, Van der Gijp en Bouwmeester. Daarna gaf de Rotterdamse defensie de Amsterdammers enkele cadeautjes. Schouten maakte zijn vierde, maar Ajax kwam nog tot 9-5.
Tien minuten lang had het naar een beschamend pak slaag voor de kampioen uitgezien, schreef het Nijmeegsch Dagblad. Toch was een 9-5 'voor een landskampioen geen resultaat om trots op te zijn'.
Bron: eigen verslag op basis van De Telegraaf en het Nijmeegsch Dagblad van 29 augustus 1960 (Delpher).


