In de eerste ronde van de KNVB-beker, in januari 1972, ontving Feijenoord de Amsterdamse eerstedivisieclub Blauw-Wit. Er kwamen maar 16.000 toeschouwers naar De Kuip, volgens De Telegraaf een diepterecord voor het stadion. Feijenoord begon aanvallend, maar al na 13 minuten ging het mis: Coen Moulijn kwam na een duel met Schonewille ongelukkig ten val, verdraaide zijn onderarm en moest het veld verlaten. Hans Posthumus kwam voor hem in de ploeg. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden moest Moulijn enkele weken in het gips.
Na het uitvallen van Moulijn zakte Feijenoord flink terug. Blauw-Wit speelde met alleen de broers Gerrit en Frank Kramer voorin en zette de rest van de ploeg voor doelman Bes, terwijl Feijenoord bijna de hele wedstrijd aanviel. Uit een vrije trap opende Posthumus de score (1-0). Pas in de tweede helft liep Feijenoord uit. Posthumus maakte zijn tweede doelpunt (2-0) en Maiwald zorgde voor de 3-0. De Telegraaf vond dat Feijenoord er ondanks de ruime zege weinig van terechtbracht.
Bron: eigen verslag op basis van De Telegraaf, het Algemeen Dagblad, het Nieuwsblad van het Noorden en Tubantia van 10 januari 1972 (Delpher).



