De halve finale van de Europa Cup voor landskampioenen begon voor Feijenoord in een modderig Legia-stadion in Warschau, in de stromende regen en voor zo'n 30.000 toeschouwers. Redelijk voetbal was op het moerasveld vrijwel onmogelijk. Voor rust behandelden terreinknechten zelfs nog het strafschopgebied voor het doel van Eddy Treijtel, waar de Polen naar verwachting zouden toeslaan.
Die moeite was vergeefs. De Poolse aanvallers kwamen nauwelijks in de buurt van Treijtel, want de Feijenoord-verdediging met Israël, Laseroms en Haak stopte hen telkens tijdig af. Wim van Hanegem was op het middenveld de grote man en kreeg na afloop alle felicitaties. Samen met Wim Jansen won hij de strijd op het middenveld, waar Legia met Brychczy, Deyna en Blaut juist zijn kracht zocht. Trainer Ernst Happel haalde de teleurstellende Hasil in de rust naar de kant en bracht Ruud Geels in.
Ook Feijenoord zelf kreeg in de brei weinig voor elkaar. Het enige echte schot op het doel van Grotyński kwam tien minuten voor tijd van Henk Wery. Na rust regeerde Feijenoord lange tijd, maar een doelpunt viel er niet.
De 0-0 betekende een uitstekende uitgangspositie voor de return in De Kuip, en daar won Feijenoord met 2-0, waarna de finale tegen Celtic volgde.
Bron: eigen verslag op basis van Trouw, de Volkskrant en Tubantia van 2 april 1970 (Delpher).








