Op tweede pinksterdag 1991 speelde Feyenoord in een uitverkocht Olympisch Stadion (52.000 toeschouwers) tegen Ajax, dat in een titelgevecht met PSV verwikkeld was. Trainer Wim Jansen liet Feyenoord voor rust compact spelen. 'Als je tegen Ajax open gaat spelen, loop je in het mes', zei hij later. De eerste helft was weinig boeiend.
In de zevende en achtste minuut na rust kreeg Feyenoord twee grote kansen, allebei voor Kiprich. Eerst zette hij iedereen op het verkeerde been, inclusief Sabău, en een minuut later redde interim-doelman Van der Sar. Direct daarna kopte De Wolf de bal voor de voeten van Aron Winter, die bij uitzondering met links raak schoot (1-0). Daarmee kwam een einde aan een reeks van 646 minuten zonder tegendoelpunt voor Ed de Goeij.
Ajax nam daarna gas terug. Feyenoord, opgejut door aanvoerder Metgod, nam het veld in bezit, maar miste de kracht om echt gevaarlijk te worden. In de laatste minuut glipte Bergkamp langs De Wolf. De Goeij stopte hem, maar Van 't Schip schoot de rebound binnen (2-0). Ajax kwam weer gelijk met koploper PSV, met nog drie ronden te gaan.
Bron: eigen verslag op basis van De Volkskrant, het Nieuwsblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant van 21 mei 1991 (Delpher).


