Nederland had de DDR nog niet eens erkend; dat gebeurde pas begin
1973. Maar het Uefa-lot had begin 1970 toch twee Nederlandse clubs
gekoppeld aan teams uit dat niet bestaande land. De ene moest het
opnemen tegen Carl Zeiss Jena, voor Feijenoord kwam FC Vorwärts Berlin
uit de koker. In beide gevallen betrof het een uitwedstrijd op 4 maart
1970 en de return in Nederland 14 dagen later. Kennissen van mij in
Berlijn hadden 5 kaartjes voor het Walter-Ulbricht-Stadion klaarliggen,
eretribune nog wel, en ondanks de slechte weersvooruitzichten polste ik
wat mensen om samen naar het oostfront te rijden. Uiteindelijk besloten
er drie om mee te gaan, zodat we op 3 maart met z’n vieren in een
gehuurde Kever op weg gingen. Al op de West-Duitse snelwegen bleek het
een barre tocht te gaan worden: veel sneeuw en maar één rijstrook
beschikbaar. Dat schoot niet echt op en even overwogen we de hele trip
maar te skippen en terug te rijden, maar de verlokkingen van het
avontuur (we waren nog nooit in de DDR geweest) wonnen het van de angst
voor ongelukken.
Destijds was de situatie zo: na de oorlog was Duitsland in vieren
geknipt, Amerika, Engeland, Frankrijk en de Sovjet-Unie bezetten elk één
deel, maar de meest oostelijke zone, de Russische, had zich tot een
onafhankelijk land verklaard: de DDR. Omdat heel Berlijn binnen het
grondgebied van de DDR lag, was ook die stad in vieren geknipt door
dezelfde bezettingsmachten, met Oost-Berlijn als hoofdstad van de DDR en
West-Berlijn als lastig Westers eiland in een vreemde, niet-erkende
staat. Om daar te kunnen komen, was afgesproken dat er drie corridors
tussen West-Duitsland en West-Berlijn liepen waarlangs in principe
vrijelijk heen en weer kon worden gereisd. Daarvoor had je dan een
Transitvisum nodig, plus een verblijfsvisum voor elke dag dat je in
Oost-Berlijn, dus de DDR wilde verblijven. Dat was allemaal aan de grens
te regelen, als je maar betaalde. Alle prijzen stonden vermeld in
DDR-Marken, maar je moest afrekenen in Westmarken tegen de woekerkoers
van 1:1. Op straat in de DDR kreeg je wel 5 tot 7 Oostmark voor een
Westmark, ook al was dat zwart wisselen natuurlijk streng verboden. Ik
had intussen wel wat ervaringen met Oostbloklanden, maar voor mijn
gevoel was de DDR toch anders. Was het in wat liberalere landen als
Tsjechoslowakije en Hongarije zo dat alles mocht, tenzij het was
verboden, van de DDR had ik eerder de indruk dat alles was verboden,
tenzij het was toegestaan. Het bleven toch Duitsers.
Bij Marienborn/Helmstedt, aan de zonegrens tussen West en Oost,
beleefden we echter de eerste positieve verrassing. Omdat het gedoe met
die visa en paspoortcontrole zoals gebruikelijk lang duurde -als je er
binnen een uur door was, had je geluk- stonden er rijen auto’s te
wachten, ditmaal opvallend veel Nederlandse. En omdat alles en iedereen
door elkaar heen liep, was ook goed te zien dat het allemaal rood-witte
supporters waren in opperbeste stemming.
Nu hadden wij van de Westerse propaganda geleerd dat de zonegrens
werd bewaakt door Vopo’s (VOlksPOlizei) die op alles schoten wat bewoog.
En inderdaad, bij de grenspost was het lange prikkeldraad van het
IJzeren Gordijn, dat liep van Finland tot Griekenland, heel beperkt
onderbroken en waren er slagbomen en andere wegversperringen met opzij
ervan een hoge wachttoren waar bovenop een groot aantal Vopo’s op de
uitkijk stonden.
Wat die ook gewend waren, dit supportersgehos toch zeker niet, en in
plaats van gewoon te gaan schieten, begonnen ze enthousiast naar ons te
zwaaien, niet beseffend dat ze naar twee groepen tegelijk zwaaiden die
onder normale omstandigheden elkaars bloed wel kunnen drinken. Maar ja,
allebei rood en wit; wisten zij veel. Wij zwaaiden goedgemutst terug.
Eenmaal door de controlepost heen, sloeg de ene helft van de file
rechtsaf, naar het zuiden richting Jena; de harde kern reed gewoon
rechtdoor naar Berlijn, over een snelweg waarvan ook maar één rijstrook
was geveegd. Het wegdek bestond overigens niet uit beton of asfalt, maar
uit bakstenen klinkers en er gold over het hele traject van bijna 200
kilometer een maximumsnelheid van 60 km/u. Nou bepalen Nederlanders in
principe zelf wel hoe hard ze rijden, dus de hele karavaan tufte met 80
ongeveer oostwaarts. Sporadisch was er een parkeerplaats langs de weg,
waar je vervolgens helemaal niks kon krijgen, ook al was je in
Oostbloklanden verplicht voor elke dag dat je visum geldig was een vast
bedrag aan zo broodnodige harde westerse valuta om te wisselen voor het
lokale geld. Ik meen in dit geval 25 Westmark per persoon per dag,
waarvoor je dan 25 Oostmark kreeg die je met geen mogelijkheid kon
opmaken, want ofwel er was niks te krijgen, ofwel de winkels waren
dicht, ofwel de prijzen waren zo laag dat je niet van je geld afkwam.
Gelukkig liep dat bij een van de parkeerplaatsen anders. Ongetwijfeld
gealarmeerd door de grenswachten dat er een horde wel erg vrolijke
Nederlandse voetbalsupporters onderweg was naar Berlijn, hadden zich op
die parkeerplaats enkele Vopo’s verdekt, maar vastberaden opgesteld met
verrekijkers, en toen de colonne dichtbij genoeg was, sprongen ze de weg
op en dirigeerden ons allemaal naar de afrit. Paspoortcontrole.
Visumcontrole. Een vluchtige blik in de auto of daar niks verdachts in
zat. En of we niet wisten dat je maar 60 mocht rijden. Spijtig genoeg
kon niemand van ons Duits, dus het gesprek kwam niet echt los. Maar de
voorbedrukte bonnen waren al uit de boekjes gescheurd: “Verwarnung mit
Ordnungsgeld. 10 Mâ€. Nou was 10 Oostmark op straat zo ongeveer 1 Euro
waard, dus als ze niet ook nog de auto in beslag namen, kwamen we er
heel schappelijk van af. Het bedrag moest contant worden afgerekend.
Helaas kon dat alleen in Westerse valuta, zodat we, omgerekend, 5 Euro
kwijt waren en met al dat Oostgeld bleven zitten. Hoe we het verder
hebben klaargespeeld om nog voor donker in Berlijn te komen, weet ik
niet meer, maar het is gelukt.
Daags daarop eerst de toerist uitgehangen in Oost-Berlijn, zoveel
mogelijk knakworst met brood en koffie verorberend om van het geld af te
komen en toen maar eens een keer naar het stadion. De wedstrijd begon
al om 4 uur, want ze hadden destijds bij de bouw vergeten een
lichtinstallatie aan te brengen. We waren ruim op tijd, wat goed
uitkwam, want ik zat nog steeds met één kaartje teveel bij me en dat
wilde ik graag op straat verpatsen. Die kaartjes waren relatief wel
duur: 8,10 M voor de eretribune. De plaatsen achter de doelen gingen
voor 4 M. Bedenk dat de staanplaatsen in de Kuip bij de return voor Æ’
4,00 gingen, dus dat lijkt inderdaad 1:1, maar afgezet tegen de
koopkracht in de DDR was het wel erg veel. Je kon er in ieder geval goed
van uit eten gaan, dus ik wilde als zuinige Hollander dat kaartje niet
zomaar weggeven aan een aardige Duitser. Terzijde: die overvloed aan
Oostmarken ben ik toch wel kwijtgeraakt aan nuttige dingen: een
hogedrukverfspuit en een slingerklokje met gewicht eraan – nu, net 40
jaar later, functioneren beide nog steeds prima; er werd in de DDR heus
wel kwaliteit gefabriceerd.
Op het veel te grote plein voor het stadion liepen wel wat mensen.
Echt druk was het niet, dus ik moest even rondkijken wie ik zou
benaderen. Uiteindelijk zag ik iemand een beetje besluiteloos voor zich
uit staren. Ik liet een kaartje zien en knikte even vragend met mijn
hoofd. Gretiger dan ik had verwacht ging hij op die avance in en vroeg
me even te wachten. Ik had geen flauw benul wat voor man het was. Een
lopendebandarbeider van de Trabantfabriek? Een Stasi-informant? Een Vopo
in burger? Alledrie tegelijk? Zou zo maar kunnen. Spaans benauwd kreeg
ik het toen hij uit zijn binnenzak een loei van een portofoon haalde en
iemand begon op te roepen. “Bitte kommen!â€, was het enige wat ik kon
verstaan. Ik keek even naar de anderen en zag dat we alle vier hetzelfde
dachten: rap wegwezen. Ik wist immers ook wel dat nergens stond dat het
was toegestaan voetbalkaartjes op de openbare weg te verkopen, dus was
het verboden. Maar op zo’n open vlakte was dat eigenlijk geen optie;
wegrennen zou schuldbekennen betekenen met alle gevolgen van dien. Een
simpele melding in de oorlogsliteratuur “Auf der Flucht erschossenâ€
flitste door mijn hoofd en ik wilde toch liever eerst nog die wedstrijd
zien. En dus bleven we maar gewoon staan, om ons heen kijkend wat er op
ons afkwam. Kort daarop verscheen de gealarmeerde collega, ook al in
burger. Hij werd nader geïnformeerd, greep in zijn binnenzak en gaf mij
een briefje van 10 M in ruil voor het kaartje. Hij leek er werkelijk
heel gelukkig mee te zijn. Wij ook.
Het Walter-Ulbricht-Stadion, later omgedoopt tot Stadion der
Weltjugend, was een ervaring op zich. Zelden zo iets triests gezien. Een
overdadig grote, lompe betonnen kolos, niet hoog, maar daarentegen
extra wijd en breed met een sintelbaan eromheen en tussen de doelen en
de sintelbaan zou je met gemak nog een ijshockeybaan kunnen aanleggen.
Op de tribunes had men goedwillig met sloophout her en der wat zitbanken
geschroefd die echter door de winter en het vocht zo verweerd waren,
dat zelfs erop gaan staan al hoogst onbetrouwbaar was. Het vijftiger
jaren scorebord hing van ellende aan elkaar en leek te zullen bezwijken
onder elke stand boven de 1-0. Dat kwam dus goed uit. Dit paradepaardje
van socialistische betonbouw bood plaats aan 70.000 toeschouwers. Nu is
een half lege Kuip al een troosteloos gezicht (bij de return twee weken
later zaten daar toch mooi dik 63.000 mensen!), maar op deze wedstrijd
waren nog geen 20.000 bezoekers afgekomen, ongeveer de helft ervan in
uniform, hetgeen helemaal paste bij de kleur van het beton en de grauwe
lucht erboven. En het was koud ook nog. Geen wonder dat alleen al de
sloop van het gedrocht in 1992 ruim 32 miljoen Westmark heeft gekost.
Bij dat stadion vergeleken was de oude Goffert in Nijmegen een
pronkjuweel van verfijnde architectuur.
In het uitvak (mocht het die naam hebben?) was het Legioen met zo’n
100 man aanwezig, voor alle veiligheid omringd door een veelvoud ervan
aan Vopo’s. Midden in het stadion was bij de aanleg een speelveld
ontworpen, waarvan de afmetingen min of meer overeenkwamen met Fifa- en
Uefa-normen. Het valt Vorwärts niet echt kwalijk te nemen dat er aan het
einde van die barre winter echter geen sprietje gras meer tussen de
lijnen te bekennen viel. Het was één bruin-grijze steppe, waarvan het
bovenste laagje uit modder bestond met daaronder bevroren klei. Geen
wonder dat Coen Moulijn aan Ernst Happel had gevraagd hem alsjeblieft
niet op te stellen, want voor voetbal van zijn soort was dit een
absoluut onmogelijke ambiance. Zo mocht Theo van Duivenbode uit het
trainingspak om er nog het beste van te maken op een terrein dat in
feite alleen nog maar geschikt was voor een demonstratiewedstrijd
Grieks-Romeins worstelen voor pupillen. Maar wederom verraste de
DDR-organisatie ons in positieve zin: zowel voor de wedstrijd als
tijdens de rust reed een aantal Russische trucks het veld op, beladen
met geel zand en strooizout dat door bereidwillige militairen over het
veld werd verspreid. Dat moest de grond wat minder glibberig maken en
was ook heel prettig bij slidings en zo. Misschien was het ook wel een
idee van scheidsrechter Jones, die aanvankelijk het veld had willen
afkeuren.
Hoe dan ook, er werd gespeeld. Het wedstrijdverloop is bekend: in de
tweede helft 1-0 door Piepenburg en een minuut later een rode kaart voor
Piet Romeijn na een welgeplaatste maagstomp op diezelfde Piepenburg.
Voor wat hoort wat. Verder geen noemenswaardige schade en twee weken
later werd in Rotterdam met 2-0 het eindresultaat prettig omgebogen.
Van de terugweg kan ik me niets meer herinneren dan dat we met een
onbeschadigde Kever zijn thuisgekomen, zo vol als ik was van de
ervaringen van de dagen ervoor. Gek misschien, maar ik heb er heimwee
naar, die ouwe kouwe DDR.
FC Vorwarts – Feyenoord
FC Vorwarts
1–0
Feyenoord
14:30 uur
Uit
Kwart Finale
Wedstrijdgegevens
In één oogopslag
- Seizoen
- 1969/70
- Wedstrijdtype
- Europa Cup 1
- Stadion
- Walter Ulbricht Stadium
- Toeschouwers
- 19.500
- Scheidsrechter
- J.P. Jones (Wales)
Een tijd met * staat in de database als 12:00; die waarde is niet overal als werkelijke aftraptijd gecontroleerd.
Uit de archiefdatabase
Wedstrijdverslag
Beelden
Foto’s van de wedstrijd
Op het veld
Doelpuntenmakers & spelers
Feyenoord
Opstelling / spelers
- Cor Veldhoen
- Eddy Treijtel
- Franz Hasil
- Henk Wery
- Ove Kindvall
- Piet Romeijn
- Rinus Israël
- Theo Laseroms
- Theo van Duivenbode
- Willem van Hanegem
- Wim Jansen
Wissels
- Piet Vrauwdeunt voor Theo van Duivenbode · 46′
Kaarten
- Piet Romeijn · Rood · 69′
FC Vorwarts
Doelpunten
Piepenburg (69)
Opstelling
Zulkowski
Fräßdorf
Müller
Strübing
Withulz
Begerad
Hamann
Körner
Nöldner
Nachtigall
Piepenburg
Wisselspelers
Wruck
Wissels
Wruck->Nöldner(65)
Spelers worden getoond waar de historische database een vermelding heeft. Dat betekent niet dat voor elke wedstrijd een volledige basisopstelling bewaard is gebleven.



