De wedstrijd NAC–Feyenoord begon op 6 oktober 1979 in Breda, maar werd achttien minuten na rust bij een stand van 2-2 gestaakt, nadat grensrechter Matena door een uit het publiek gegooide stenen asbak was geraakt. Pétur Pétursson had twee keer gescoord voor Feyenoord, Van Gils en Vreijsen voor NAC. De resterende 27 minuten werden op woensdag 23 april 1980 in een stadion zonder publiek gespeeld, omdat de rechter de toeschouwers had geweerd. Feyenoord bracht in het lege stadion weinig moed op; alleen Michel van de Korput ging tot het uiterste. NAC had vanaf het eerste fluitsignaal van scheidsrechter Geurds het overwicht, en Siwek en Sprangers kwamen in kansrijke positie. Na tien minuten kogelde de uitstekend spelende Martien Vreijsen een vrije trap hard in. Doelman Hiele, nog bezig met het opstellen van zijn verdediging, raakte de bal nog, maar die verdween via de binnenkant van de paal in het doel: 3-2. Door de geringe inzet van Feyenoord hoefde NAC zich daarna nauwelijks in te spannen.
Bron: eigen verslag op basis van de Leeuwarder Courant, Het Vrije Volk, Het Parool en NRC Handelsblad van 24 april 1980, en Het Parool van 31 augustus 1981 (Delpher).





