Op een woensdagavond in augustus 1981, de tweede speelronde, kwamen 35.000 toeschouwers naar het Olympisch Stadion. Ajax had zelfvertrouwen en speelde het betere voetbal. Feyenoord-trainer Ježek koos voor een verdedigende opzet, met de 37-jarige Willem van Hanegem, die ondanks een enkelblessure meedeed. In de dertiende minuut zette rechtsback Keje Molenaar met een sublieme actie Wim Kieft vrij, en Kieft scoorde (1-0). Voor rust redde Schrijvers op pogingen van Vermeulen en Van Hanegem.
Na rust raakte bij het jonge Ajax de energie op, terwijl Feyenoord fitter bleek. Halverwege de tweede helft schoot Jan van Deinsen een vrije trap binnen (1-1). Van Hanegem drukte, naarmate de wedstrijd vorderde, steeds meer zijn stempel op het spel. In de laatste minuten liet Feyenoord op zijn commando de bal alleen nog rond de middenlijn rondgaan, tot woede van het publiek. 'Die gasten liepen steeds terug', zei Van Hanegem. 'In die laatste minuten hebben we het publiek even duidelijk willen maken hoe dat spelletje van Ajax in elkaar stak.'
Volgens het Algemeen Dagblad was scheidsrechter Corver te mild voor het grimmige spel van Feyenoord. Wijnstekers ontsnapte aan een tweede gele kaart toen hij Jesper Olsen in de slotfase uit de wedstrijd schopte.
Bron: eigen verslag op basis van Het Vrije Volk, Trouw en het Algemeen Dagblad van 20 augustus 1981 (Delpher).





