Op woensdagavond 27 november 1957 speelde Feijenoord de eerste wedstrijd onder de nieuwe lichtinstallatie van het Stadion Feijenoord, tegen het Engelse Bolton Wanderers. Voor de aftrap vroeg president-commissaris L.G. Versteege het publiek een lucifer of aansteker aan te steken, terwijl de tribunelampen uitgingen: duizenden vlammetjes op de donkere tribunes. In het donker kwamen de elftallen het veld op, en toen sprongen de schijnwerpers aan. De kranten spraken van 55.000 tot 60.000 toeschouwers.
In de eerste helft hield Feijenoord goed stand en kreeg het zelf kansen via Meijers en Van der Gijp; Rijvers had een paar harde schoten. Na rust liet Bolton het klasseverschil zien. Na een lange pass van Parry schoot Stevens de 0-1 binnen, daarna profiteerde aanvoerder Nat Lofthouse van een slechte uittrap van doelman Van Pelt, en even later maakte Lofthouse ook de 0-3. Bij Feijenoord blonken Bak en Van der Hoek uit. De jonge De Kreek speelde linksbuiten in plaats van Moulijn. Over het stadion en zijn licht lees je meer in het verhaal De bouw van De Kuip.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode, het Algemeen Dagblad en De Volkskrant van 28 november 1957 (Delpher).
