De finale om de Zilveren Bal van 1939 werd gespeeld in een bijzondere sfeer. Nederland was gemobiliseerd en op de tribunes van het Sparta-terrein zaten veel militairen in grauwgroene uniformen. Feestelijkheden waren afgelast, maar het toernooi ging door, omdat het leven volgens de organisatie 'zoveel mogelijk zijn gewone gang moest gaan'. Beide ploegen misten spelers door de mobilisatie: bij titelhouder ADO ontbraken er zes, onder wie topschutter Westhoven, bij Feijenoord onder anderen Vente en Van Heel.
ADO begon snel en Van Male moest al vroeg handelend optreden. Daarna nam Feijenoord het initiatief over, maar ADO-doelman Koek hield zijn ploeg met bravoure overeind. Zeven minuten voor rust brak de ban. Linksbuiten Eef Zaanen gaf een voorzet, Vrauwdeunt raakte de bal maar half, en toch huppelde die net over de doellijn, langs de wanhopig duikende Koek (1-0). Vlak voor rust passeerde Linssen een ADO-verdediger en Barendregt kopte zijn voorzet beheerst binnen (2-0).
Na rust was ADO de betere ploeg. Eversteijn, De Heer en Berg schoten er lustig op los, maar Van Male stond pal. Pas tien minuten voor tijd verkleinde ADO na een voorzet van Neuteboom met een hard schot de achterstand (2-1). In een hevige doelworsteling scoorden de Hagenaars nog de gelijkmaker, maar die werd afgekeurd.
Bij de prijsuitreiking op de overdekte tribune vroeg C.W. van Hasselt eerst een minuut stilte voor de slachtoffers bij West-Terschelling. Daarna overhandigde hij de nieuwe Zilveren Bal aan Feijenoord-aanvoerder Bas Paauwe.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode, De Avondpost, het Algemeen Handelsblad, het Nieuws van den Dag en de Haagsche Courant van 11 september 1939 (Delpher).

