Voor zo'n 20.000 toeschouwers speelde Feijenoord in de finale om de Zilveren Bal tegen het IJmuidense Stormvogels. Voor rust leek het een gemakkelijke middag te worden. Feijenoord combineerde snel en verfijnd, en na een eerste vergeefse poging opende Piet Steenbergen de score (1-0). Daarna bracht De Vroet de bal goed op, waarna Joep Brandes doelman Kraak met een boogschot passeerde (2-0).
Na rust gaf Stormvogels de toon aan. Direct na de hervatting kopte Luppens na goed werk van Van Opbergen hoog in (2-1), en het Rotterdamse doel onderging daarna een ware vuurproef. Doelman Van der Bijl hield lang stand, maar uiteindelijk ging het mis: spil Henny Kroon wilde de bal terugspelen, maar schoot van flinke afstand over zijn eigen keeper heen in het doel (2-2). Kroon raakte kort daarna geblesseerd en werd vervangen door Van der Heide.
Op verzoek van beide ploegen werd twee keer zeven en een halve minuut verlengd. Stormvogels-linksbinnen De Boer schoot eerst tegen de lat, en in de tweede helft van de verlenging leek Brandes de beslissing te brengen door uit een hoekschop fraai te scoren (3-2). Het publiek begon al te vertrekken, maar met de laatste trap van de verlenging maakte De Boer na hands van Smulders uit een strafschop toch nog 3-3.
Zo moesten er alsnog strafschoppen worden genomen. Na twee series van drie trof Feijenoord drie keer doel en Stormvogels twee keer, en zo ging de Zilveren Bal opnieuw naar Rotterdam.
Bron: eigen verslag op basis van de Nieuwe Haarlemsche Courant, Het Binnenhof, de Volkskrant en Het Rotterdamsch Parool van 7 september 1948 (Delpher).

