Op 16 september 1923 speelde Feijenoord in Rotterdam om de Zilveren Bal tegen stadgenoot VOC, en verloor met 1-2. Feijenoord had Pijl en Van Heel in de voorhoede gezet, in plaats van Borremans en Nieuwpoort. Het begin ging gelijk op, daarna kreeg Feijenoord de overhand. Pijl en Koonings vielen steeds aan, maar de VOC-backs Weber en Boerdam onderschepten de meeste ballen. Bij Feijenoord blonk Van der Velde uit op het middenveld.
Vlak voor rust liep doelman Van der Gaag uit en werd gepasseerd; uit een voorzet van Weidema schoot Van Herwaarden gemakkelijk de 1-0 binnen. Direct na rust kopte Koonings na een inworp de bal naar Pijl, die onhoudbaar inschoot: 1-1. Daarna was Feijenoord de betere ploeg. VOC werd bijna ingesloten en Petterson schoot keihard tegen de paal. Toch scoorde VOC: Groosjohan schoot uit een voorzet van links raak, met een bal die Van der Gaag volgens Voorwaarts had kunnen houden. Feijenoord drong aan voor de gelijkmaker, maar zonder succes. De krant sprak van een onverdiende nederlaag.
Bron: eigen verslag op basis van Voorwaarts van 17 september 1923; uitslag ook in De Amstelbode en het Eindhovensch Dagblad (Delpher).

