Op 4 januari 1953 speelde Feijenoord in de competitie met 1-1 gelijk bij Xerxes, op een glad veld en met een koude, straffe wind in de lengterichting. Met de wind in de rug zette Xerxes Feijenoord in de eerste helft onder zware druk, omdat lange spelers als Kroon en Van de Korput extra last van de gladheid hadden; toch schiep Xerxes weinig kansen. Na een kwartier kopte Comello uit een hoekschop hard tegen de lat en even later keerde Zondervan zijn harde schot fraai. Toen Feijenoord aan de gladheid gewend raakte, ging de betere techniek van de rood-witten het spel beheersen; Everse en doelman Vermeer hielden lang stand, maar Van der Hoek zwenkte om een kluwen spelers heen en scoorde met een diagonale schuiver de gelijkmaker. Vermeer verhinderde daarna de Feijenoord-zege, en toen doelman Muhring hem verving had de Xerxes-verdediging zich hersteld. Feijenoord: Zondervan; Kerkum, Bol; Van Veelen, Kroon, Van de Korput; Den Bleijker, Van Woerden, A. Hoek, J. van der Hoek, Van der Velde.
Bron: eigen verslag op basis van De Telegraaf (Delpher).

