Op 15 januari 1950 won Feijenoord in de competitie thuis met 3-2 van DOS, dat daarmee zijn laatste theoretische kans op de titel verloor. Het Rotterdamse aanvalstrio Kilsdonk, Brandes en Hoek, met Hoek als uitblinker, speelde technisch op hoog niveau; DOS speelde weinig samenhangend en soms onsportief, en scheidsrechter Van Vugt nam onbegrijpelijke beslissingen die het publiek met gejoel ontving. Na vijf minuten knalde linksbinnen Van de Bogert na een vrije trap laag in (0-1). Feijenoord nam het spel in handen, maar doelman Pindus weerde zich kranig; aan de andere kant was Van der Wal prima. Vlak voor rust werd Hoeks harde werken beloond: hij was net eerder bij een doorgespeelde bal dan de DOS-doelman en joeg hem in het doel (1-1). Na tien minuten in de tweede helft stompte Pindus een schot van Steenbergen voor de voeten van Hoek, die onhoudbaar inschoot (2-1), en Brandes vergrootte de voorsprong tot 3-1. Uit een strafschop na een overtreding van Oldenburg kwam DOS nog terug tot 3-2.
Bron: eigen verslag op basis van De Waarheid (Delpher).
