Op 7 juli 1940 won Feijenoord in de kampioenscompetitie met 1-2 bij Heracles in Almelo, in volgens het Utrechts Volksblad de beste wedstrijd die de Twentenaren ooit in eigen huis zagen, en waarin Feijenoord de volle anderhalf uur nodig had. Na een enthousiaste beginfase van Heracles kwam Feijenoord op voorsprong doordat doelman Dekkers een schot van de vleugel niet klemvast had. Heracles bleef aanvallen; na een schot van Krabshuis en een voorzet van Jaarsma stelde een scherpe pass tussen Van der Heide en Van der Lely door Ijs in staat met een kopbal gelijk te maken (1-1, elf minuten na de aanvang). Ook in de tweede helft kreeg Heracles kansen; Feijenoord combineerde kort, met op het goede moment passes naar de vleugels, vanwaar Linssen en Zaanen doelman Dekkers op de proef stelden. Feijenoord won uiteindelijk dankzij het kleine beetje geluk dat in zo'n gelijkwaardige ontmoeting de doorslag geeft.
Bron: eigen verslag op basis van het Utrechts Volksblad (Delpher).

