De finale om de Zilveren Bal van 1937 had een extra lading: Feijenoord en Sparta hadden het toernooi allebei al vier keer gewonnen, en de club die nu won mocht de kostbare trofee voorgoed houden. Zo'n 17.000 toeschouwers, onder wie veel Rotterdamse autoriteiten, kwamen naar het Kasteel. Feijenoord moest het nog zonder Vrauwdeunt doen en verscheen met een opvallende voorhoede: Linssen op rechts, Kantebeen als middenvoor, Vente op de binnenplaats, Van Heel uit de middenlinie naar voren en Burg als linksbuiten.
Het werd geen hoogstaande wedstrijd. Beide verdedigingen maakten veel fouten, maar de aanvallers wisten daar lang geen gebruik van te maken. Na een half uur kwam Feijenoord op zeer goedkope wijze op voorsprong: Wilson speelde de bal terug op zijn nieuwe doelman Pil, die al was uitgelopen, en de bal rolde in het lege doel (1-0). De Sparta-verdediging raakte daarna de kluts kwijt en binnen enkele minuten schoot Van Heel twee keer raak (3-0).
Direct na rust raakte Seton bij Sparta geblesseerd, en voordat invaller Oostlander binnen de lijnen was, kopte Den Boer een voorzet van Knape binnen (3-1). Ook Oostlander moest later geblesseerd het veld verlaten. Tien minuten voor tijd kreeg Sparta een strafschop, maar Van Male stopte het harde schot van Voormolen en ook diens tweede poging. Kort voor het einde miste Vente een strafschop voor Feijenoord.
Feijenoord won verdiend, want 'van twee slechte ploegen was het de minst slechte', schreef De Telegraaf. Na afloop reikte de heer C.W. van Hasselt de Zilveren Bal uit, die na de vijfde eindzege blijvend eigendom van Feijenoord werd.
Bron: eigen verslag op basis van De Telegraaf, De Tijd, de Volkskrant en de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 13 september 1937 (Delpher).

