Als titelhouder stond Feijenoord in 1931 opnieuw in de finale om de Zilveren Bal, op het Sparta-terrein tegen Hermes DVS uit Schiedam. Tot verrassing van velen werd het een duidelijke nederlaag. Hermes was fanatieker en steeds iets eerder bij de bal, en De Bruijn speelde volgens de kranten in internationale vorm.
De partijen waren aanvankelijk aan elkaar gewaagd, en technisch was Feijenoord zelfs beter. Hermes miste echter een paar grote kansen voordat Van Oordt een kwartier voor rust na slecht wegwerken van Bul de score opende (0-1). Kort daarna passeerde Van Oordt opnieuw Bul en gaf Bergkotte de bal mee, die de voorsprong verdubbelde (0-2). Feijenoord probeerde het met Van Heel in de voorhoede en Van Ooyen in de middenlinie, maar dat hielp niet.
Na rust kwam Van Dijke niet meer terug. Barendregt ging naar achteren, en dat werd direct afgestraft: Bergkotte draaide om hem heen en Bos schoot raak (0-3). Even later kopte Van der Tuyn een scherpe voorzet van Nolet fraai in (0-4). Halverwege de tweede helft kon de Hermes-doelman een hard schot van Groenendijk alleen vallend keren, en Van Ooyen schoot de terugspringende bal over hem heen in het doel (1-4).
Hermes DVS won verdiend; volgens de Haagsche Courant mocht Feijenoord zelfs van geluk spreken dat het bij 1-4 bleef. Als troost kreeg Feijenoord de Revue-beker en de medaille van Sparta.
Bron: eigen verslag op basis van de Haagsche Courant, de Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant en Tubantia van 14 september 1931 (Delpher).

