Een jaar na de 5-0-nederlaag tegen Excelsior stond Feijenoord opnieuw in de eindstrijd om de Zilveren Bal, nu tegen het Haagse H.B.S. Het was warm, en dat was aan het spel te zien: de finale werd door de kranten 'zeer middelmatig' genoemd. H.B.S. miste Denis en Zijlstra, waardoor de Hagenaars met twee reserves aantraden.
Beide doelen kwamen al vroeg in gevaar, maar Feijenoord kreeg langzaam de overhand. Na een kleine 25 minuten treuzelde Jaap Barendregt na kopwerk van Van Heel even voor het Haagse doel, kreeg de bal toch vrij en schoot onhoudbaar raak (1-0). Doelman Rambonnet redde vaak door uit te lopen, maar vlak voor rust kostte dat H.B.S. een doelpunt toen Koonings in het verlaten doel trapte (2-0). Ondertussen raakten bij H.B.S. Van Rossum en Van den Bergen geblesseerd.
Na rust belegerde H.B.S. een tijd het Rotterdamse doel, waar Dekker en Van Dijke goed werk deden. Aanvoerder Pijl, die tot dan vooral uitblonk in aangeven, besliste de strijd met een solo langs de uitlopende Rambonnet (3-0). Even later maakte Barendregt er 4-0 van, waarna Smeets kort voor tijd nog een welverdiend tegendoelpunt voor de Hagenaars maakte (4-1).
Na afloop reikte de heer Meijer namens de Zilveren Voetbal Commissie op de overdekte tribune de bal uit aan Feijenoord-aanvoerder Pijl. Het was de tweede keer dat Feijenoord het toernooi won.
Bron: eigen verslag op basis van De Avondpost, het Rotterdamsch Nieuwsblad en de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 10 september 1928 (Delpher).

