Op 2 oktober 1927 won Feijenoord in Den Haag met 2-4 van ADO, in een sterke wind die diagonaal over het veld stond. Bij Feijenoord verving Rikxoort De Leeuw. Feijenoord sloot ADO, dat met vier halfs speelde, eerst helemaal in, maar schoot te weinig, en doelman Quax redde wat er te redden viel. Toch scoorde ADO eerst, onverwacht: na een hoekschop van Van Soldt jr. miste W. Tap zijn kopbal, maar de bal kwam op zijn voet en verdween in het net: 1-0. Daarna schoot Pijl tegen de paal, en Koonings trapte de terugspringende bal over de uitgelopen Quax in het doel: 1-1. Nog voor rust schoof Barendregt een voorzet van Pijl binnen: 1-2. Na rust had ADO de wind mee, maar Feijenoord beheerste het spel. Toch maakte Van Soldt jr. na een schot van W. Tap op het te vroeg verlaten doel van Dekker gelijk: 2-2. Daarna schoot de even ongedekte Pijl een voorzet van Verbeek prachtig in: 2-3. Anderhalve minuut voor het einde zorgde Koonings met een ver schot, dat via een ADO-verdediger van richting veranderde, voor de 2-4.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode van 3 oktober 1927 (Delpher).

