Op 10 april 1927 won Feijenoord in de kampioenscompetitie thuis met 3-1 van NAC, voor 13.000 toeschouwers. Onder hen waren ongeveer 8.000 Bredase supporters, die met twee extra treinen waren gekomen. Scheidsrechter Van Gessel leidde de wedstrijd. Na zestien minuten schoot Van Heel van grote afstand tegen de lat, en Koonings kopte de terugspringende bal binnen: 1-0. Zo'n tien minuten later maakte Koonings na een aanval van Van Heel, Pijl en Verbeek ook de 2-0. NAC werd daarna sterker, en tien minuten voor rust scoorde Brosens. Na rust had NAC het beste van het spel, maar het schoot slecht. Bij een plotselinge doorbraak bediende Pijl Barendregt, die doelman Vijgeboom rustig passeerde: 3-1. Daarna was het verzet van NAC gebroken. Van Heel blonk uit in de halflinie, en Bul in de verdediging.
Bron: eigen verslag op basis van De Maasbode, de Arnhemsche Courant, het Twentsch Dagblad Tubantia en het Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad van 11 april 1927 (Delpher).

